Het GROW-model is een handige tool voor coaching op de werkvloer. In vier overzichtelijke stappen help je de medewerker bij het stellen van doelen en het oplossen van problemen. Door deze methode toe te passen laat je hem of haar zelf een oplossing bedenken en tot actie overgaan.
Inhoud
Wat is het GROW-model?
De letters GROW staan voor de Engelse termen:
- Goal (doel)
- Reality (realiteit)
- Options (opties verkennen)
- Will (keuzes maken)
Het is een simpele manier om structuur aan te brengen in het (coach)gesprek, wanneer je bezig bent met coachend leidinggeven.

Hoe gebruik je het GROW-model?
Bij het GROW-model ga je er vanuit dat de medewerker zelf de expert is in de situatie. Anders gezegd: de medewerker weet zelf wat de beste oplossing is voor zijn probleem. Jij hoeft het probleem dus niet voor de ander op te lossen, maar je coacht. Je begeleidt het denkproces dus alleen.
De vier vragen die je stelt zijn:
- Wat wil je bereiken? (Goal) – Welk probleem wil je oplossen, welk doel wil je bereiken of welke beslissing wil je nemen?
- Wat is de huidige situatie? (Reality) – Verken de beginsituatie om het probleem of doel verder te verduidelijken.
- Wat kun je doen? (Options) – Welke opties zijn er allemaal om het probleem op te lossen of het doel te bereiken?
- Wat is je actieplan? (Will) – Voor welke optie kies je en welke acties ga je ondernemen?
Waarom het GROW-model gebruiken?
Doordat de ander zelf actief bezig is met het verhelderen van het probleem en het bedenken van oplossingen, blijft de uitkomst beter hangen en is de ander meer gemotiveerd om er mee aan de slag te gaan. Een ander bijkomend voordeel is dat de ander het denkwerk doet en jij dus alle tijd hebt om nieuwsgierig te zijn en (open) vragen te stellen. Laat gerust stiltes vallen. Gun de ander zijn denkproces.
Een voorbeeld uit de praktijk
Om het toepassen van het GROW-model helder te maken, maak je kennis met Nathan. Hij werkt bij een bank als verkoper van financiële producten. Hij heeft het al een tijdje niet meer naar zijn zin op zijn werk. Robin, zijn leidinggevende, gaat het gesprek met Nathan aan volgens de GROW-methode.
Hieronder lees je hoe je de vier stappen van het GROW-model toepast.
1. Wat wil je bereiken? (Goal)
In de eerste stap stel je samen het doel van het gesprek vast. Nogmaals: laat de ander het denkwerk doen.
Robin vraagt aan Nathan waar hij nu het meest mee geholpen zou zijn. Nathan zegt dat hij momenteel met tegenzin naar zijn werk gaat. Dit wil hij niet meer. Doordat Robin aan Nathan vraagt wat hij wél wil en hoe dat er dan uitziet, wordt het daadwerkelijke doel helder. Nathan wil ’s ochtends opstaan en zin hebben in zijn werk.
Pas als het doel helder is kan je er naartoe werken. Op de vraag: “Met welk resultaat wil jij straks dit gesprek uit gaan?” antwoord Nathan: “Met praktische handvatten hoe ik weer meer plezier krijg in mijn werk.”
2. Wat is de huidige situatie? (Reality)
Als het doel is vastgesteld ga je in de tweede stap de actuele situatie verkennen. Laat de medewerker zelf actuele voorbeelden geven om te verduidelijken wat precies bedoeld wordt. Vraag door en laat hem ontdekken wat de huidige situatie is en waar het nu echt om gaat.
Dit kun je doen door vragen te stellen die beginnen met ‘wat’, ‘wanneer’, ‘waar’, ‘wie’, ‘hoeveel’, ‘hoe vaak’ enzovoorts.
Robin vraagt aan Nathan sinds wanneer hij niet meer met plezier naar zijn werk gaat. Nathan valt stil, denkt na en zegt dat het vier maanden geleden is begonnen. Robin vraagt of er iets is veranderd sinds die tijd. Voor die tijd werkte Nathan als verkoper bij een van de bankfilialen. Met vragen konden klanten bij hem terecht. Nu is het bankfiliaal dicht en beantwoordt hij dezelfde soort vragen, maar dan via de mail of de chat achter zijn computer. Hij merkt dat hij het menselijke contact mist.
3. Wat kun je doen? (Options)
Tijdens deze stap help je de ander te ontdekken welke verschillende opties er zijn om het probleem op te lossen. Hierbij is het belangrijk om vrijuit te brainstormen. Je stimuleert hierbij het creatieve denkproces, ordent de output en draagt eventueel zelf ideeën aan.
Robin vraagt wat Nathan zelf kan doen om het menselijke contact meer terug te laten komen in zijn werk. Ze brainstormen samen over de verschillende opties. Al snel ontstaat er een lijst met mogelijkheden. Van telefonisch contact tot beeldbellen en van hypotheekadviseur tot vraagbaak voor collega’s. Daarna lopen ze de opties na en bedenkt Nathan de voor- en nadelen van elke optie.
4. Wat is je actieplan? (Will)
In deze stap ga je van ideeën naar realiteit. Welke actie kiest de medewerker? Hoe zorgt hij dat wat bedacht is, ook daadwerkelijk gaat gebeuren? Maak een duidelijk actieplan. Wie gaat wat binnen welk tijdsbestek doen? Deel de acties op in kleinere stappen. Zo wordt het makkelijk om het doel te behalen.
Als Robin vraagt welke optie zijn voorkeur heeft, zegt Nathan dat hij wil doorgroeien tot verkoper voor de zakelijke markt. In deze functie komt het menselijk contact terug en gaat hij bij de klant langs om hen te informeren over de verschillende producten. Robin vraagt hem welke stappen hij nu kan zetten om bij het uiteindelijke doel te komen. Nathan gaat eerst een keer meelopen met een verkoper en gaat deze week nog een afspraak maken. Daarna gaat hij zich oriënteren in cursussen die nodig zijn voor verkoper van financiële producten voor de zakelijke markt.
Luisteren en doorvragen
In het bovenstaande voorbeeld zie je dat Robin vragen stelt, luistert en doorvraagt (ook wel: het LSD-model). Hij zorgt ervoor dat Nathan zelf gaat nadenken. Hij heeft het volste vertrouwen dat Nathan zelf de beste oplossing voor zijn eigen probleem kan vinden. Robin had vooraf niet kunnen bedenken dat doorgroeien tot verkoper de oplossing zou zijn voor Nathan.
GROW-checklist
Enthousiast om aan de slag te gaan met het GROW-model? We hebben het nog makkelijker voor je gemaakt. Wij hebben vragen die je kunt stellen per stap op een handige checklist gezet. Het enige wat je hoeft te doen is de checklist hieronder aan te vragen en dan krijg je deze in je mailbox.
Meer vaardigheden ontwikkelen?
Het GROW-model is een van de tools die je kunt gebruiken om de medewerkers verder te helpen in hun ontwikkeling. Smaakt dit naar meer?
- In de achtdaagse Opleiding Middle Management A leer je nog meer om jouw medewerkers te laten groeien.
- Wil je liever een tweedaagse training om jouw leiderschapscapaciteiten te versterken? Dan is de training Coachend leidinggeven een goede keuze.
Heb je vragen of wil je meer weten over een training of opleiding? Je kan natuurlijk altijd contact opnemen met een van onze studieadviseurs via 0172 – 42 34 56.

Jezelf verder ontwikkelen als ervaren leidinggevende? In deze whitepaper vind je volop inspiratie. Van praktische tips tot reflectievragen en voorbeelden uit de praktijk.
Download de whitepaper
Wat is de GROW-methode?
De GROW-methode is een veelgebruikte manier om coachingsgesprekken te voeren met als doel iemands ontwikkeling te ondersteunen. Het is een vierstappenplan dat staat voor Goal (doel), Reality (huidige situatie), Options (mogelijkheden) en Will (keuzes maken). Deze methode helpt om op een gestructureerde en coachende manier samen te werken aan het bereiken van een doel.
Wat is het GROW-model in het Nederlands?
Het GROW-model is een methode om doelen te bereiken en wordt in het Nederlands ‘het groeimodel’ genoemd. Het helpt om stap voor stap na te denken over waar je naartoe wilt en hoe je daar kunt komen. De letters GROW staan voor:
- Goal (doel)
- Reality (huidige situatie)
- Options (mogelijkheden)
- Will (keuzes maken)
Hoe kan het GROW-model bij coaching worden toegepast?
Het GROW-model is een krachtig hulpmiddel voor zowel coaches als leidinggevenden die hun teamleden willen begeleiden bij hun persoonlijke en professionele ontwikkeling.
Zo pas je het GROW-model toe in coaching:
- Goal (Doel): Vraag wat de ander wil bereiken, op korte of lange termijn.
- Reality (Huidige situatie): Bespreek hoe de situatie er nu voor staat en wat er al geprobeerd is.
- Options (Mogelijkheden): Onderzoek samen welke opties of oplossingen er zijn.
- Will (Keuzes maken): Spreek af wat de ander concreet gaat doen, wanneer en hoe.









