14 mei 2024

Foutloos schrijven is best uitdagend. We leerden de regels natuurlijk op school, maar daarna waren ze snel vergeten. Zeker in deze digitale tijd schrijven we nog maar weinig en is een foutje zó gemaakt. In dit artikel lees je de meest gemaakte taalfouten in zakelijke teksten en hoe je ze voorkomt.  

Wie bepaalt of iets fout is of niet?

Taal is altijd in beweging en verandert door de jaren heen. Nieuwe woorden worden toegevoegd, de manier van spellen verandert en vooral de spreektaal is sterk onderhevig aan subculturen. De Nederlandse Taalunie beheert en reguleert de Nederlandse taal. Spelling ligt bijvoorbeeld vast in de Woordenlijst der Nederlandse Taal, ook wel het Groene Boekje genoemd (vanwege de groene kleur van het omslag). Tegenwoordig kun je beter terecht bij de online equivalent die regelmatig bijgewerkt wordt.  

Welke taalfouten komen het meeste voor en hoe voorkom je ze?

Over taal valt veel te zeggen en de meningen over taalgebruik zijn heel divers. Waar de een op elke taalslak zout legt, vindt de ander het vooral belangrijk dat de boodschap overkomt. In een werkomgeving wordt professioneel taalgebruik en foutloos spellen over het algemeen wel als minimale standaard gehanteerd. 

 Hieronder zie je welke fouten het meeste gemaakt worden. 

1. Dat of wat

“Het boek wat op je bureau ligt, is interessant voor jou om te lezen.” Je begrijpt de boodschap, toch is deze zin niet goed. Het moet zijn “Het boek dat op je bureau ligt, is interessant voor jou om te lezen.” 

Waarom is het ‘dat’ in plaats van ‘wat’?  

Tip: Meestal is het ‘dat’, tenzij het een 

  • Onbepaald woord is waarnaar je verwijst, bijvoorbeeld: ‘iets’, ‘niets’, ‘alles’. Dan gebruik je ‘wat’: ‘alles wat’, ‘niets wat’ 
  • Na een overtreffende trap: ‘het mooiste wat, het leukste wat, het beste wat’. 
  • Na een verwijzing naar een hele vorige zin: “mijn neef is gezakt voor zijn examen, wat vervelend is.” Zou je hier ‘dat’ gebruiken, dan wordt de betekenis van de zin anders: ‘mijn neef is gezakt voor zijn examen, dat vervelend is.’ Dan is het examen vervelend, niet het zakken van de neef.  

2. Als of dan

‘Als’ of ‘dan’ levert ook regelmatig problemen op: ‘hij is groter als ik’ of ‘hij is sterker dan mij’.  

Tip: Er is een eenvoudige vuistregel: bij een vergelijking gebruik je ‘als’ en bij een vergrotende of verkleinende trap gebruik je ‘dan’.  

  • Vergelijking: “Hij is even groot als ik (ben).” “Zij kan dit net zo snel als ik (kan).” 
  • Vergrotende/Verkleinende trap: “Hij is groter dan ik (ben).” “Zij kan dit sneller dan ik (het kan).” 

3. Jou of jouw

“Dit is van jouw” of “Dit is van jou”, twijfel je welke juist is? Een vuistregel is: als het gaat om bezit, dan gebruik je de ‘w’ en anders niet.  

In dit geval is ‘Dit is van jou’ de juiste manier van schrijven omdat ‘jou’ hier als persoonlijk voornaamwoord wordt gebruikt. Als er had gestaan: “Dit is jouw boek” dan is ‘jouw’ een bezittelijk voornaamwoord.  

Tip: Vervang ‘jou’ en ‘jouw’ door ‘u’, dan hoor je direct of het met of zonder ‘w’ is.  

Bijvoorbeeld:  

  • “Dit is van jouw” vervang je door “Dit is van uw”. Zo hoor je direct dat het zonder ‘w’ is. 
  • “Jou bureau ligt helemaal vol” vervang je door “U bureau ligt helemaal vol”. Dit moet zijn “Uw bureau ligt helemaal vol” en dus “Jouw bureau ligt helemaal vol”. 

4. Hen of hun

“Hij heeft dit aan hun gegeven”. Hoewel je er misschien zo overheen leest omdat deze zin heel normaal klinkt, is deze taalkundig niet juist.  

Tip: Na een voorzetsel gebruik je altijd ‘hen’. 

  • “Hij heeft dit aan hen gegeven”.  
  • ‘Hen’ of ‘hun’ is meewerkend voorwerp: met een voorzetsel gebruik je ‘hen’, zonder voorzetsel gebruik je ‘hun’: “Hij heeft dat aan aan hen gegeven.” Of “Hij heeft dit hun gegeven.” 

5. Alle of allen, beide of beiden, vele of velen, sommige of sommigen

Wat is goed en wat is fout? “Mijn collega’s zijn afwezig, beiden zijn op vakantie.” “Het MT is vandaag op heidag, alle zijn afwezig.” 

Tip: Bij dingen of dieren gebruik je geen ‘n’ en bij mensen gebruik je een ‘n’ als je het zelfstandig naamwoord waarnaar je verwijst er niet achter kunt zetten.  

  • “Alle facturen zijn verstuurd, maar sommige bevatten fouten.” 
  • “Heb jij de muizen gezien? Sommige zijn ontsnapt!” 
  • “Mijn collega’s zijn afwezig, beide (collega’s) zijn op vakantie.” 
  • “Het MT is vandaag op heidag, allen zijn afwezig.”  

6. Zijn of haar

“De OR staat in zijn recht” of “De OR staat in haar recht”: weet jij het? Beide zinnen lijken juist zo op het eerste gezicht.  

Tip: Woorden met het lidwoord ‘de’ kunnen vrouwelijk of mannelijk zijn. Twijfel je? Check het dan op bijvoorbeeld de website van de Taalunie 

Natuurlijk gebruik je ‘hij’ als duidelijk sprake is van een verwijzing naar iemand die zich identificeert met het mannelijk geslacht en ‘zij’ als iemand zich identificeert met het vrouwelijk geslacht.  

Moeilijk wordt het bij woorden waar het geslacht niet direct herkenbaar is, zoals bedrijf, ondernemingsraad, directie.  

Onzijdige woorden herken je aan het lidwoord ‘het’. Dus “het bedrijf heeft zijn deuren gesloten”. Tenzij het duidelijk vrouwelijke woorden zijn, zoals ‘het nichtje’.  

7. Streepje naar links of naar rechts?

Soms willen we een woord benadrukken met een accentteken maar doe je dat nou met een streepje naar rechts (accent aigu) of een streepje naar links (accent grave)? 

Tip: Wil je ergens extra de klemtoon op leggen? Dan gebruik je het streepje naar rechts.  

Bijvoorbeeld:  

  • “Is dat écht waar?”  
  • “Zó dan!”  
  • “Maar hij is echt de énige die dat kan!” 

Een streepje naar links gebruik je alleen als het nodig is voor de uitspraak, zoals bij crème of scène. 

Nog veel meer leren en ontdekken?

Deze top 7 is slechts het tipje van de ijsberg van taalkwesties die vragen oproepen. Wil jij voor eens en altijd leren hoe je werkwoorden goed vervoegt, wanneer je een ‘d’ of ‘t’ gebruikt en hoe het ook alweer zit met het kofschip? Dan is de Opfriscursus Nederlands schrijven iets voor jou.  

Wil je eerst een vrijblijvend studieadvies? Neem dan contact op met onze studieadviseurs via studieadvies@imkopleidingen.nl of 0172 – 42 34 56. 

Hoogste tijd om je taalvaardigheid op te frissen? Dan is de opfriscursus Nederlands schrijven iets voor jou!

Ontdek de cursus
Schriftelijke communicatie | IMK Opleidingen