25 november 2025

In de zorg is er veel werk en weinig tijd terwijl je ondertussen goed wilt blijven samenwerken. Maar hoe geef je feedback als de druk zo hoog is? Hoe zorg je dat je elkaar scherp houdt, zonder de sfeer te verpesten? In dit artikel lees je vijf regels voor goede feedback.

Waarom feedback geven in de zorg soms lastig is

In veel zorgteams zie je het terug: omdat iedereen druk is, worden kleine dingen vaak niet uitgesproken.

  • Een collega die altijd nét te laat is.
  • Iemand die zijn overdracht vaak niet afmaakt.
  • Iemand die hard werkt, maar weinig samenwerkt.

Dat zijn dingen die je wilt en zou moeten bespreken, maar in de waan van de dag blijft het liggen óf je flapt het er een keer uit op een onhandig moment.

Toch is het belangrijk om regelmatig feedback te geven. Niet alleen bij problemen, maar ook om te benoemen wat goed gaat. Want feedback helpt om de samenwerking te verbeteren én fouten te voorkomen.

✨ Download ook onze gratis whitepaper: ‘Leidinggeven in de zorg met impact’ ✨

De 5 belangrijkste feedbackregels

Hieronder vind je vijf regels die helpen om op een prettige en duidelijke manier feedback te geven.

1. Kies het juiste moment

Feedback werkt het beste als je het op een rustig moment geeft. Niet tussen de bedrijven door, of terwijl de ander net een zware dienst heeft gehad.

  • Niet doen: “Pfff, kun je de overdracht niet eens op tijd doen?!” (tijdens de overdracht)
  • Wel doen: “Heb je straks even tijd om iets terug te koppelen over gisteren? Het gaat over de overdracht.”

Tip: Zet het eventueel in je agenda of spreek af dat jullie aan het eind van de dienst 5 minuten samen evalueren.

2. Wees concreet en feitelijk

Mensen kunnen niks met vage opmerkingen. Zeg dus niet: “Jij bent altijd zo slordig,” maar vertel wat je hebt gezien, wanneer, en wat het effect was.

Voorbeeld:
“Gisteren bij meneer Jansen miste ik een deel van de rapportage. Daardoor wist de nachtdienst niet dat hij onrustig was geweest. Kun je daar de volgende keer op letten?”

Je benoemt een feit, zonder oordeel, en maakt duidelijk waarom het belangrijk is.

3. Gebruik tips éen tops

Feedback hoeft niet altijd negatief te zijn. Juist in de zorg is het belangrijk om ook te benoemen wat goed gaat. Dat motiveert en zorgt voor een positieve werksfeer.

Denk in tops (wat gaat goed?) en tips (wat kan beter?).

Maak er een gewoonte van in het team om na een dienst altijd één tip en één top met elkaar te delen.
Voorbeeld:

Top: “Je hebt heel rustig gereageerd toen die cliënt overstuur raakte, dat werkte echt de-escalerend.”

Tip: “Wat misschien nog kan helpen, is om na zo’n moment de overdracht iets uitgebreider te doen, zodat iedereen weet wat er speelde.

4. Geef feedback onder vier ogen

Geef kritische feedback niet in het bijzijn van cliënten of andere collega’s. Onder vier ogen voelt veiliger en geeft ruimte voor gesprek.

  • Niet doen: “Nou, dat deed je niet echt handig hè?” (in de koffiekamer met anderen erbij)
  • Wel doen: “Heb je straks even? Ik wil iets bespreken over het tillen bij mevrouw Smit.”

Zorg dat de ander zich gerespecteerd voelt, ook als je iets lastigs moet bespreken.

5. Vraag ook zelf om feedback

Als je zelf open staat voor feedback, geef je het goede voorbeeld. Dat maakt het voor anderen ook makkelijker om iets tegen jou te zeggen.

Voorbeeld:
“Ik merk dat ik soms wat gehaast ben in de ochtenddienst. Als je daar last van hebt, hoor ik het graag. Ik sta open voor feedback.”

Feedback geven is geen eenrichtingsverkeer. Het gaat om samen groeien en de zorg voor cliënten steeds beter maken.

Extra tips voor het geven van feedback

Naast de vijf regels hierboven, nog een paar extra tips die je kunnen helpen in de praktijk:

Gebruik de 4G-methode

Met de 4G-methode maak je feedback heel concreet en zonder oordeel.

  • Gedrag: wat zag je?
  • Gevoel: wat deed dat met jou?
  • Gevolg: wat gebeurde er daarna?
  • Gewenst: wat zou je liever zien?

Voorbeeld:
“Ik zag dat je tijdens de overdracht vaak op je telefoon keek (gedrag). Dat leidde mij af (gevoel), waardoor ik informatie miste (gevolg). Ik zou het prettig vinden als we daar samen beter op letten (gewenst).”

Check ook altijd even of de ander begrijpt of herkent wat je zegt. Dat doe je bijvoorbeeld door te vragen: “Wat vind je ervan dat ik dit zeg?”.

Blijf bij jezelf

Gebruik “ik” in plaats van “jij” om te voorkomen dat je aanvallend overkomt. Spreek alleen namens jezelf en vermijd zinnen als: “Rita vindt ook dat je wel erg bot doet tegen cliënten.”

Ook woorden als ‘altijd’ en ‘nooit’ kun je beter voorkomen. Blijf bij de specifieke situatie van nu.

Oefen met feedback geven

Feedback geven en ontvangen zijn vaardigheden die iedereen kan leren. Stel voor om feedback geven te oefenen in teamoverleggen of tijdens intervisie. Dan krijgt iedereen de gelegenheid om de vaardigheid van het geven én ontvangen van feedback te ontwikkelen.

Samenwerken in de zorg

Op een respectvolle en zorgvuldige manier feedback kunnen geven, is een van de succesfactoren van samenwerken. Net als verbinden communiceren.

Onze trainingen helpen je daarbij:

  • Impactvol communiceren in de zorg: in deze training leer je effectief te communiceren. Je leert hoe je anderen meeneemt, in verbinding blijft en ze zo richting de gestelde doelen beweegt.
  • Leiderschap in de zorg: je krijgt de juiste handvatten om uit de waan van de dag te stappen en je medewerkers professioneel en doelgericht te coachen en te begeleiden.

Goed om te weten: feedback komt in al onze trainingen aan bod.

Wil je overleggen welke training het beste bij je past? Onze studieadviseurs helpen je graag en vrijblijvend. Je kunt ze bereiken via studieadvies@imkopleidingen.nl of 0172 – 42 34 56.

Ook interessant:

 

Leidinggeven in de zorg is een vak apart. Met deze inzichten en tips zorg je voor meer verbinding, rust en resultaat in je team.

Download de whitepaper
Whitepaper: Leidinggeven in de zorg